Duurzaam bouwen

Duurzaam bouwen, iedereen heeft er tegenwoordig de mond van vol. Maar wat betekent dit eigenlijk?

De verschillende definities en vormen van duurzaam bouwen overlappen elkaar.
Ik sta achter een integrale visie op ‘duurzaam bouwen’ waarin zowel de menselijke gezondheid als het minimaliseren van negatieve milieu-effecten van belang zijn.
Een duurzaam gebouw ontstaat niet door achteraf een aantal energiezuinige technieken toe te passen zoals het installeren van zonnepanelen of een warmtepomp. Waarbij ik niet wil zeggen dat ik niet achter het concept van een warmtepomp sta.
Ik zie het duurzaam bouwen-verhaal toch wat ruimer. Er dient van in het begin rekening gehouden te worden met een aantal factoren. Reeds vanaf het eerste ontwerp komen 4 componenten aan bod: ruimtegebruik, materialen, energie en water.

Het ontwerp zal in grote mate het latere energieverbruik van de gebruikers bepalen. Een goede inplanting op het perceel draagt hier toe bij. De grootte en de compactheid van het gebouw hebben een direct effect op de hoeveelheid warmte die een woning kan verliezen. Een compacte woning heeft een zo klein mogelijk buitenoppervlakte in verhouding tot het binnenvolume. Ruimtes oordeelkundig zoneren en oriënteren kunnen belangrijke warmtewinsten opleveren: nl. zones die het meeste warmte nodig hebben, oriënteren naar het zuiden; bergingen en garages naar het noorden. We kunnen heel wat gratis energie uit de zon halen. Deze koudere zones kunnen ook een buffer vormen voor de warmere vertrekken. We kunnen compartimenteren door de verschillende temperatuurszones van elkaar te scheiden door geïsoleerde binnenwanden.
Een doordacht ontwerp van een ervaren architect is dus meteen een goeie start.

Een belangrijke keuze is ook het materiaalgebruik.
In de nabije toekomst wordt de milieubelasting van gebouwen vrijwel volledig bepaald door de bouwmaterialen. Dit is zeker een item dat belangrijker wordt. Indien mogelijk en voor zover de budgetten het toelaten kiezen we voor bio-ecologische materialen. Materialen waarvan de grondstoffen onbeperkt voorradig of nagroeibaar zijn. Zowel de gezondheid van de mens als de impact op het milieu staan centraal.

Een juiste materiaalkeuze voor elke toepassing  is erg belangrijk. Zo komen we bij het isolatieverhaal wat mijn inziens van primair belang is in duurzame gebouwen.
Goéd isoleren is een absolute must! Het effect van alle energiemaatregelen is des te groter naarmate men goed isoleert. Dit heeft niet enkel te maken met de isolatiewaarde van de gebruikte materialen maar ook met lucht- en winddicht bouwen en het vermijden van koudebruggen. Nauwkeurige uitvoeringsdetails en een goede werfopvolging zijn dan ook essentieel. Ook het zomercomfort mag men niet uit het oog verliezen, dit kan ook zonder dure technieken. De warmteopslag van het isolatiemateriaal is bijvoorbeeld belangrijk om oververhitting tegen te gaan. Hoe hoger de warmteopslagcapaciteit, hoe beter. De warmteopslagcapaciteit van cellulose-isolatie is veel beter dan die van veel gebruikte klassieke materialen als glas- of steenwol bijvoorbeeld. De warmteafgifte gebeurt met heel wat vertraging. Dit betekent dat de schommelingen in oppervlaktetemperaturen aan de binnenzijde veel kleiner zijn dan aan de buitenzijde, wat het wooncomfort ten goede komt. 

Goed isoleren betekent goed ventileren, dat brengt ons bij de technieken. Om dit op een gecontroleerde manier te doen, heb ik de voorkeur voor een ventilatie type D met warmterecuperatie om een gezonde luchtkwaliteit in de woningen te creëren. Door voorgaande componenten te integreren in een ontwerp wordt de warmtevraag in de gebouwen beperkt. Dit vraagstuk proberen we op een zo efficiënt mogelijke manier op te lossen. Een correcte warmteverliesberekening door de installateur is hierbij essentieel. De oplossing kan erg uiteenlopend zijn van condenserende gasketel tot centrale houtkachel,  pelletketel of warmtepomp. Maar de basis is steeds lage temperatuurverwarming. De vrijgegeven stralingswarmte heeft een geringe luchtverplaatsing en geeft een aangenaam comfortgevoel. In de mate van het mogelijke en indien het budget het toelaat kiezen we voor hernieuwbare energiebronnen, die niet belastend  zijn voor de aarde. Regenwateropvang en -hergebruik is intussen wettelijk verplicht en een evidentie geworden. Groendaken en kleinschalige waterzuiveringsinstallaties op basis van een rietveld komen soms ook aan bod.
Tot slot gaan efficiënte huishoudapparaten en uiteraard het bewonersgedrag het energieverbruik van een woning nog mee bepalen.

Duurzaam bouwen betekent voor ons de kringloop van het ‘bouwen’ gesloten houden. Het is een boeiende markt in ontwikkeling.